Marcel van Dam Aanpassen of wegwezen

De Volkskrant  29 mei 2008


Als kleine jongen woonde ik in een Utrechtse volksbuurt. Iedere middag stond daar op een kruispunt een geestelijk gehandicapte jonge man het verkeer te regelen. Als zijn machtige arm het wilde stond iedereen stil, zelfs de voetgangers. Net als zijn meesterlijk uitnodigend gebaar om door te rijden blind werd opgevolgd. Van buurtbewoners kreeg hij op vaste tijden een kop thee of een glas limonade. Politieagenten lieten hem' niet alleen zijn gang gaan maar spraken hem aan met 'collega'. Respect.
Ik weet het, dat kan niet meer. Met het huidige verkeersaanbod zou het veel te gevaarlijk zijn. Maar het is ook de vraag of buurtbewoners dat nog zouden accepteren. Velen zouden het 'overlast' noemen. En zo iemand hoort toch in de sociale werkvoorziening? De herinnering kwam boven toen ik afgelopen dinsdag de column van Pieter Hilhorst op deze plek had gelezen. Hij hekelde daarin de veel te simplistische manier waarop de overheid poogt het gedrag van mensen te veranderen. Meer voorlichting en een stelsel van negatieve en positieve sancties worden voldoende geacht om mensen om te turnen. Terwijl wetenschappen als neurobiologie, psychologie en sociologie voldoende kennis hebben gegenereerd om te weten dat het zo simpel niet is. Maar wetenschap wordt door de politiek eerder als hindernis dan als hulp gezien voor het beleid. Zo liggen er kantoren vol met onderzoek dat aantoont dat dwang ongeveer de slechtste manier is om mensen duurzaam tot ander gedrag te bewegen. Maar we leven in het tijdperk waarin ongewenst gedrag 'kei- maar dan ook keihard moet worden aangepakt'.
Pieter Hilhorst heeft het over de pogingen van de overheid gedrag te veranderen door te pogen mensen te veranderen. Iedereen wordt geacht zich aan te passen aan de samenleving zoals die is of zoals die naar verwachting zal worden. Iederéén moet zich aanpassen aan dezelfde cultuur, zich geschikt maken voor de arbeidsmarkt, afwijkend gedrag moet worden verwijderd of bestreden. Kortom: iedereen moet kiezen voor een fatsoenlijk bestaan.
Tot 1980 was er consensus over het uitgangspunt dat de samenleving als geheel verantwoordelijk is voor welzijn en welvaart voor iedereen. Sinds de middenpartijen die in wisselende coalities Nederland regeren de filosofie van het neoliberalisme hebben omarmd wordt iedere individuele burger verantwoordelijk gehouden voor eigen welzijn, welvaart en toekomst.
Die omslag in mensbeeld en maatschappij opvatting heeft een diep ingrijpende en in veel opzichten verwoestende werking gehad op het sociale karakter van onze
samenleving. In feite heerst nu de opvatting dat de samenleving zich in een vrije markt autonoom ontwikkelt tot een gemenebest en dat mensen moeten zorgen dat ze daarbij aansluiting vinden. Mensen moeten zich aanpassen aan de samenleving. Dat je de samenleving ook kunt aanpassen aan de mensen wordt tegenwoordig, ook door de PvdA, gezien als een ouderwets geloof in de maakbaarheid van de samenleving.
De moderne samenleving is onder invloed van het neoliberalisme verworden tot een prestatiemaatschappij die steeds hogere eisen stelt aan opleiding, kennis en vaardigheden van de mensen die er in moeten functioneren.
Steeds meer mensen kunnen niet aan die eisen voldoen. Maar zij mogen niet worden gezien als slachtoffer van die ontwikkeling. Dat is ouderwets slachtofferdenken. Zij moeten worden geprest wél aan die eisen te voldoen, dat is de moderne verheffingsgedachte. Als dat niet lukt is dat eigen schuld en moeten ze worden gestraft of aan hun lot worden overgelaten. Dus: verplicht opvoedingsondersteuning aanvaarden of een boete. Kinderen 's avonds thuishouden of ze worden door de politie thuisgebracht, een cursus of een rotbaan accepteren of je uitkering wordt gekort of beëindigd. Dat geldt ook voor jongeren met een psychische stoornis: meedoen op onze voorwaarden. Anders ga je maar zwerven. Sorry, dat was ik vergeten: zwerven mag niet meer. Iedereen moet beseffen dat hij in dienst is van de economie en de BV Nederland.
Het is natuurlijk ook mogelijk te accepteren dat niet iedereen de vaardigheden heeft of kan verwerven te participeren in de ratrace van de neoliberale economie. Men kan omstandigheden creëren waarin die mensen op hun eigen wijze een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving, zonder aan rendementseisen te moeten voldoen. Iedereen beschikt over vaardigheden die hem in wisselwerking met anderen uniek maken. In het gezin, in de buurt, op de sportvereniging of als verkeersregelaar op een ander kruispunt van mensen. Zelfs zonder zinnige bijdrage aan de samenleving heeft iedereen het recht als volwaardige burger te worden behandeld.


Home