DE VOLKSKRANT
ZATERDAG 22 MAART 2008
 
Binnenland 3
 
Bert Wagendorp


Prefect Balkenende
 
Bij de kruisiging van Jezus Christus (ca. 33 na Chr.) was sprake van een omkering in de verhouding tussen burger en overheid. De joodse burgers wensten dat de overheid hard optrad tegen de religieuze oproerkraaier, de Romeinse prefect Pontius Pilatus twijfelde: hij zag in Jezus weinig kwaads, maar had ook geen zin in een conflict met de heetgebakerde joden.
Zoals wij vrijdag in de Matthaüs Passion konden zien en horen, besloot Pontius Pilatus daarop in arren moede tot een interessant juridisch experiment. Hij stelde het volk voor de keuze: het kon kiezen tussen de vrijlating van de topcrimineel Barabbas of die van Jezus.
Hij deed wat onze Nationale Ombudsman deze week nog eens bepleitte en betrok het volk bij het bestuur. En het volk schreeuwde: 'Barabbas!'
Daarmee was het lot van Jezus bezegeld en tevens dat
van miljoenen joden na hem. Daarom zou de keuze van
het volk ongelukkig kunnen worden genoemd, en had
Pontius Pilatus beter op zijn eigen gevoel kunnen af
gaan.
Aan de andere kant was Jezus dan niet gekruisigd en had het christendom er heel anders uitgezien, zo het al had bestaan. Hoe dan ook, het volk draaide de zaken voor één keer om en legde de overheid zijn volkse normen en waarden op.
   Volgens de Nationale Ombudsman is sprake van verharding, verruwing en onverschilligheid. Van de kant van de overheid, wel te verstaan. Hij zei dat deze week in de Tweede Kamer.
Een verfrissend geluid. Jarenlang is ons door de overheid voorgehouden dat wij burgers verantwoordelijk waren voor de 'verhuftering'. En nu constateert het onafhankelijke instituut van de Ombudsman dat 98 procent van de burgers zich voortreffelijk gedraagt, maar dat het juist de overheid is die er een potje van maakt.
Die reclame van dat korte lontje moet zich richten op ambtenaren en andere parkeerwachters.
Wat wil de burger? Hij wil van de overheid dat die zich opstelt als een goede burger: open, eerlijk, warm, behulpzaam en toegankelijk. Hij projecteert zijn eigen burgerlijke normen en waarden op de staat.
Premier Balkenende werd er donderdag over ondervraagd. Hij zat er schaapachtig bij te lachen en zei dat we niet moesten vervallen in het stereotype van 'de burger doet het altijd goed'. Dat was heus niet zo.
De reactie getuigde van diep onbegrip. Had de Ombudsman de hufterige burger er nog eens van langs gegeven, dan was Balkenende daarin moeiteloos meegegaan, maar nu schoot hij in de ontkenningsmodus.
Balkenende is gereformeerd, een overtuiging waarbinnen gehoorzaamheid aan de overheid een groot goed is. Normen en waarden gaan van de door God boven ons gestelden naar beneden. De overheid is een strenge, onfeilbare vader. Geen gezellige fijne buurman.
De premier was het niet oneens met de Ombudsman, hij achtte diens analyse onbestaanbaar. Er werd elementair gereformeerd gedachtengoed ter discussie gesteld.
Balkenende keek zoals Pontius Pilatus destijds ook moet hebben gekeken, toen hij Jezus ter dood moest veroordelen en zich gedwongen zag zijn handen in onschuld te wassen. De premier zag een Umkehrung aller Werte en voelde zich even van God verlaten.