Zelf je blaaskatheter inbrengen, Johan.

Op een zeer vroege ochtend aan het begin van deze maand voelt het kussen plakkerig. Johan draait het kussen om, wrijft langs zijn neus en merkt dat er iets niet klopt. Hij doet het licht aan en ziet de rug van zijn hand en het kussen onder het bloed. Hij constateert een neusbloeding. Ergens in zijn herinnering komt als oplossing boven drijven zijn neus enige minuten dicht te knijpen en door de mond adem te halen. Helaas helpt dit niet direct. Johan neemt plaats op een stoel en houdt nogmaals zijn neus met duim en wijsvinger voor enige tijd dicht. De bloeding stopt niet en nu raakt Johan toch wel ongerust. Hij besluit 1 - 1 - 2 te bellen. Hij krijgt direct contact met de centrale en na zijn situatie uitgelegd te hebben komt kort nadien een ambulance hem van huis halen.

In het ziekenhuis lukt het maar moeizaam de bloeding te stelpen. Geijkte methodes helpen niet. Inmiddels is wel duidelijk dat Johan boven zijn neus een slagaderlijke bloeding heeft. De kno - arts besluit tot een korte, pijnlijke maar ook doeltreffende ingreep. Johan heeft dan al zo'n anderhalve liter bloed verloren. Na het stelpen moet hij plat in bed blijven liggen, krijgt een bloedverdikkend medicijn en wordt ter observatie in het ziekenhuis gehouden. Plassen moet hij in een urinaal en om  genezing te bevorderen krijgt hij alleen koud en vloeibaar eten.

Na twee dagen wil Johan informatie over hetgeen hem overkomen is. Tegelijk begint het plassen storingen te vertonen. Hij maakt er zich zorgen over en dat terwijl hij nog steeds niet naar huis mag. Als het plassen echt niet meer lukt wordt er een blaaskatheter aangelegd en volgt naar zijn idee door twee in groene schorten gehulde verpleegkundigen via de anus een prostaatonderzoek. Ter plekke hoort Johan dat zijn prostaat niet vergroot is toch krijgt hij een medicijn voorgeschreven die samentrekking van de spieren in prostaat en plasbuis verminderen.

Na zes dagen heeft Johan nog steeds geen informatie over zijn neusbloeding, de behandeling, de storing bij het plassen en wat hij met het verblijfskatheter aan moet. Het is vrijdag. De afdeling gaat voor een tijdje - vakantie - dicht. Johan krijgt zonder tekst of uitleg te verstaan dat hij naar huis moet. Hij moet zich houden aan de regel om voorzichtig te zijn met warm voedsel.

De schrik slaat bij Johan hard toe. Vooral het idee dat hij aan zijn lot wordt overgelaten neemt bezit van hem. Even later staat hij met een verblijfskatheter bij de bushalte. Hij heeft twee afspraakbriefjes bij zich. Eentje om over enkele dagen op de afdeling urologie het katheter te komen wisselen en nadere instructies daaromtrent te ontvangen en de tweede om over een maand de uroloog te bezoeken.

Weer thuis leeft hij paniekerig en maakt zich zeer grote zorgen.

Terug in het ziekenhuis voor de eerste afspraak krijgt Johan veel te horen wat in plaats van duidelijkheid slechts verwarring schept. Helemaal van de kaart wordt er een nieuwe afspraak gemaakt met de bedoeling dat hij dan gaat leren hoe hij zelf een blaaskatheter aan kan leggen.

Vervolg

Een thuis begonnen en niet te stelpen bloedneus leidt ertoe dat Johan per ambulance in een ziekenhuis belandt. Een kno-arts weet de zeer heftige bloeding tot staan te brengen. Johan krijgt bloedverdikkers, komt aan het infuus, heeft inmiddels anderhalve liter bloed verloren en een weekje ziekenhuis volgt. Na drie dagen kan hij niet meer plassen. Verpleegsters leggen een plaskatheter aan. Johan krijgt tevens medicijnen welke de samentrekking van spieren in prostaat en plasbuis vermindert. Via zijn anus volgt onderzoek gericht op de prostaat. Johan hoort dat van een aandoening of vergroting van zijn prostaat geen sprake is. De informatie over zijn lichamelijke ongemakken vindt hij onbevredigend. Johan sterkt aan maar het plasprobleem blijft. Pal voor het weekend sluit de afdeling en moet hij met een verblijfskatheter en twee poliklinische vervolgafspraken naar huis.

Door Johans hoofd spookt altijd klaar staan en zorgen voor anderen. Nu hijzelf, alleenstaande van 68 jaar, hulp behoeft lijkt niemand naar hem om te zien. Het katheter ervaart hij als irritant. Veel tijd gaat heen door wassen, de verzorging en reiniging van het katheter en niet te vergeten het weer op krachten komen. In de spiegel ziet hij een doodskop. Mag hij op den duur nog wel fietsen? Gelukkig staat hij er niet helemaal alleen voor. Een buurvrouw elders in de flat wil best een boodschapje doen of stofzuigen. 

Het eerste poliklinische bezoek na het ontslag uit het ziekenhuis bestaat uit het verwijderen van het verblijfskatheter, vocht innemen, indien nodig plassen en de afspraak zich over vier uur weer te melden. Omdat Johan maar een half uurtje van het ziekenhuis woont gaat hij naar huis, drinkt, eet, drinkt en probeert tussendoor te plassen. Bij het laatste heeft hij niet veel aandrang. Tegen de tijd dat hij zich weer moet melden bij de poli moet hij echter hevig plassen wat niet lukt. De verpleegsters  legen tot zijn grote opluchting snel zijn blaas en wederom wordt een verblijfskatheter aangelegd. Daarna ontvangt Johan van dezelfde verpleegsters een lawine aan informatie. Het is hem al lang duidelijk dat hij met een lastig lichamelijk probleem zit opgescheept. Behandeling zal naar het idee van Johan wel enige tijd in beslag gaan nemen. Maar goed hij is in prima handen en voor zijn plasprobleem zal ook wel een oplossing zijn. Plotseling hoort Johan dat hij onder begeleiding zal dienen te oefenen. "Wát moet ik oefenen?" zo vraagt hij.
"Zelf uw blaaskatheter inbrengen." antwoordt een der verpleegsters.
Johan schrikt en reageert hoofdschuddend van nee. De verpleegsters geven er blijk van met hem mee te voelen. Ze vinden hetgeen hij meemaakt heel erg en proberen hem op zijn gemak te stellen. Johan kijkt stil voor zich uit en hoort in andere maar nu zalvende bewoordingen de door de uroloog voorgestane aanpak van zijn plasprobleem. De verpleegsters geven aan dat die onder zeer goede en professionele begeleiding zal plaatsvinden, zijn zelfredzaamheid vergroot, afhankelijkheid van de zorg van anderen verkleint en ertoe zal bijdragen dat hij met dit lichamelijk ongemak leert leven. Ze adviseren Johan de komende dagen het idee van zelf inbrengen van een blaaskatheter een kans te geven en te accepteren. Johan schudt mismoedig het hoofd en laat een nieuwe poliklinische afspraak vastleggen.

In zak en as komt Johan thuis. Na pap en boterham neemt hij rust, maakt een ommetje in het dorp, zoekt afleiding in tv en gaat vroeg naar bed. Over zijn lichamelijke ongemakken wil hij even niet meer denken maar tevergeefs. Gelukkig valt hij soms toch nog even in slaap.

Impulsief en uit voorzorg koopt hij enkele dozen katheters en aanverwante artikelen bij de apotheek. Deze aankoop geeft hem rust. Op weg naar huis ontmoet Johan een bejaard echtpaar. Hij kent hen al jaren. De man zit nu in een rolstoel en heeft allerlei gezondheidsproblemen, de vrouw is onafscheidelijk van hem. Zoals meestal bij zo'n ontmoeting houden ze even halt en wisselen de laatste nieuwtjes uit. Eerst luistert Johan naar hen maar alras hoort hij zich praten over het moeten leren van zelf inbrengen van een blaaskatheter. De twee oudjes luisteren en de man laat weten waarschijnlijk hetzelfde als Johan meegemaakt te hebben. Van begin af aan, zo vertelt de vrouw, heeft mijn man de voorgestelde aanpak geweigerd en ik heb hem daarin van harte gesteund. Ter plekke wordt de vrouw emotioneel als zij dit vertelt. Johan is blij met deze ontboezeming. Even later wenst het echtpaar hem heel veel sterkte.

Nu Johan niet kan fietsen wandelt hij. Zijn bijna dagelijks vrijwilligerswerk in het verzorgingshuis en speciale zorg voor een oudere demente vrouw stopt hij voor onbepaalde tijd. Voor velen in het plaatselijke ouderenwerk is hij een bekende zichzelf wegcijferende persoonlijkheid. Nooit doet men een vergeefs beroep op hem. In het ouderenwerk kan hij eigenlijk niet gemist worden.
Johan ontvangt vele wensen tot beterschap en een grote bos bloemen.  

Zijn conditie voelt sterker en om dit voort te zetten en op het oude peil te krijgen loopt Johan nu dagelijks. Altijd en overal stoort hem echter zijn lichamelijk ongemak en wat nog komen gaat. Hij beeldt zich in dat iedereen in hem een ongelukkig en zwaarmoedig man ziet. Dát wil Johan niet.

Op een van zijn wandeltochtjes ziet Johan weer eens Piet, een vage kennis. Schuchter groetend en in de loop vraagt Johan of Piet al weet dat hij zes dagen in het ziekenhuis gelegen heeft. Hij verwacht geen reactie. Piet staat stil en roept van 'nee'. Johan keert terug op zijn schreden, vertelt en zet na vijf minuten zijn wandeling voort.
's Avonds gaat de deurbel. Als er aan de voordeur gebeld wordt doet Johan meestal niet open. Nogmaals en nog een keer klinkt de bel waarna ook nog eens getik op het raam. Johan beweegt zich behoedzaam naar de voordeur en ziet door de vitrages Piet.
Het blijkt dat de 55-jarige Piet belangstelling voor zijn ellendige situatie heeft, zelf problemen met zijn prostaat heeft en indien nodig een helpende hand wil bieden. Johan nodigt hem uit binnen te komen. Hortend en stotend vertelt hij zijn ervaringen van de afgelopen weken beginnend bij de heftige neusbloeding. Als Johan vaag is vraagt Piet verduidelijking. Een half uur verder is het hem helder dat Johan de laatste vijftien jaar niet ziek is geweest, eigenlijk nimmer een bezoek aan de huisarts brengt, nu totaal uit het lood geslagen is, veel voor anderen doet en niet voor zichzelf opkomt. Piet verneemt tevens dat Johan over een week een afspraak heeft op de afdeling urologie van het ziekenhuis. Daar zal dan de aanpak van het zelf inbrengen van een blaaskatheter aan de orde komen.
Tot Johans verrassing blijkt Piet niet alleen goed naar hem geluisterd te hebben maar ook bruikbare tips te geven. Zo adviseert hij nog vóór het consult aan de afdeling urologie naar het spreekuur van de huisarts te gaan en die volledig in te lichten alsook bij de apotheek zijn medicijnenpaspoort op te vragen. Voorts benadrukt Piet dat het in Johan zijn voordeel kan werken als hij kennis neemt van de bijsluiters der voorgeschreven medicijnen.   
Bij vertrek laat Piet ook nog weten beschikbaar te zijn als begeleider of vertrouwenspersoon wanneer Johan naar het ziekenhuis moet. Hij raadt Johan aan over dit voorstel de gedachten maar eens de vrije loop te laten.

Het bezoek van Piet heeft Johan goed gedaan. Niet in de laatste plaats omdat Piet weet wat een prostaatprobleem is. Het is een stimulans voor onderling vertrouwen. Johan volgt alle tips op en na twee dagen laat hij Piet weten graag gebruik te willen maken van het aanbod samen de ziekenhuisafspraak na te komen.

Piet heeft een computer, Johan niet. Indien nodig snuffelt Piet via internet naar informatie bij gezondheidsproblemen. Verder heeft Piet de brochure 'Het Prostaatboek'. Wanneer hij deze brochure aan Johan wil meegegeven weigert deze. De lichamelijke ellende van de afgelopen weken draagt ertoe bij dat Johan hiervoor niet openstaat. Wellicht een andere keer. Omdat bij Johan geen prostaatvergroting, ontsteking van de prostaat of prostaatpijn  is geconstateerd denkt Johan wel eens aan de mogelijkheid van prostaatkanker. Bij zijn broer speelt er zoiets. Nee, Johan kan en wil op dit moment niet zo diepgaand met zijn plasprobleem bezig zijn.

Vijf kwartier voor de afspraak in het ziekenhuis komt Johan Piet ophalen. Ruim op tijd aldaar stelt Piet voor om eerst een kopje koffie te drinken. Niet veel later zitten ze op een grote ijzeren bank in de hal welke gelegen is naast de afdeling urologie. Het wachten duurt niet lang. Waarschijnlijk een gespecialiseerd verpleegkundige komt op Johan afgelopen en geeft hem een hand. Ze kijkt vragend naar Piet waarop Johan aangeeft dat die zijn begeleider en vertrouwenspersoon is. De aanwezigheid van Piet blijkt geen probleem.

In de spreekkamer wordt Johan uitgenodigd te vertellen hoe hij de laatste tijd beleefd heeft. En hij vertelt dat het sinds zijn heftige bloedneus lichamelijk meer dan sukkelen is. Johan zegt zijn lichaam als een geheel te zien. Over het medisch handelen aan zijn lichaam heeft nog steeds niemand hem geïnformeerd en daar maakt hij zich kwaad en zeer ongerust over. Is er bijvoorbeeld geen relatie tussen bloedverdikkers en bloedverdunners? En, in hoeverre zijn de kno-arts en de uroloog in hetzelfde ziekenhuis op de hoogte van elkaars handelen aan zijn lichaam? Is er over zijn lichamelijke ongemakken wel contact tussen zijn huisarts en de specialisten van dit ziekenhuis? Johan vraagt zich vervolgens hardop af waarom  onderzoeken naar eventuele prostaatkanker zijn uitgebleven nadat er na gericht onderzoek op de prostaat geen prostaataandoening is geconstateerd. Voorts vraagt Johan zich af waarom pas halverwege volgende maand een consult bij de uroloog plaatsvindt, hij met een katheter moet rondlopen en, zonder de uroloog gehoord te hebben, wel te verstaan krijgt dat hij geacht wordt te leren zijn eigen blaaskatheter in te brengen.  

De verpleegster luistert aandachtig, kijkt af en toe richting Piet.

Dan is daar het moment dat Johan aangeeft niet in te stemmen met het zelf inbrengen van een blaaskatheter.

In bewoordingen dat hulp en begeleiding altijd aanwezig zijn, het allemaal niet zo'n vaart zal lopen en meerdere patiënten op dit moment geheel zelfstandig bij zichzelf een blaaskatheter inbrengen probeert de verpleegster Johan gerust te stellen. Johan onderbreekt haar meerdere keren en maakt duidelijk dat hij met deze aanpak van zijn plasprobleem niet instemt. De verpleegster vraagt Johan zich voor te stellen dat het misschien wel mogelijk is dat hij, precies zoals dragers van een stoma, tot zijn dood van een plaskatheter afhankelijk is. Nou, vervolgt de verpleegster, vele stomapatiënten handelen geheel onafhankelijk. Dus waarom zou het u niet lukken?

Piet onderbreekt de verpleegster en vraagt of hij iets mag zeggen. En omdat daar geen enkel bezwaar tegen is begint Piet met de stelling dat hij de laatste opmerking van de verpleegster onverantwoord en onzorgvuldig vindt. 
Hij vertelt zelf problemen met de prostaat te hebben en daarvoor ook in behandeling te zijn. Voor zover hij weet heeft Johan op zijn minst recht op gedegen onderzoek aan de prostaat en zijn er een drietal gebruikelijke behandelingen namelijk met medicijnen of anders door het schillen van de prostaat of nog weer anders door het wegnemen van de prostaat.
Hetgeen Johan nu en hier overkomt, zo zegt Piet, is zeker voor een alleenstaande niet te verteren. Vanuit het ziekenhuis is dit uiterst onzorgvuldig handelen en gewoon  onverantwoord.

De verpleegster pakt hierop de telefoon en vraagt of voor Johan een afspraak met de uroloog gemaakt kan worden. Liefst vandaag nog en als het niet anders kan dan uiterlijk morgen. De reden die zij opgeeft is dat Johan niet alleen dringend bijgepraat maar ook direct geholpen moet worden. Johan stemt hiermee in en verneemt dat hij de volgende dag in de morgen bij de uroloog verwacht wordt.

De verpleegster zegt het op prijs te stellen dat Johan haar morgen na het bezoek aan de uroloog even komt vertellen hoe het consult bij de uroloog verlopen is. Johan zegt toe dit te zullen doen.

Terwijl ze weer op huis aan gaan bedankt Johan Piet voor zijn aanwezigheid en inbreng. Piet kan morgen niet mee maar dat vindt Johan geen bezwaar. Piet dringt er  bij Johan nog wel op aan ter voorbereiding op het bezoek aan de uroloog kennis te nemen van de brochure 'Het Prostaatboek' omdat daarin achtergrondinformatie bij prostaatproblemen staat. Johan begrijpt Piet. Kort daarna ontvangt Johan 'Het Prostaatboek' en nemen ze afscheid van elkaar met de toezegging van Piet dat hij overmorgen langs zal komen om de belevenissen van Johan bij de uroloog te vernemen.
In de vroege avond klopt Johan nog even aan bij Piet. Het is allemaal best spannend en Johan wil morgen bij de uroloog goed voor de dag komen. Johan vraagt Piet of hij al zijn recente gezondheidsproblemen opnieuw moet vertellen. Piet knikt van ja en zegt dat hij het hele verhaal, vanaf zijn neusbloeding tot en met het bezoek van vandaag om zelf een katheter in te brengen, aan de uroloog dient te vertellen. Hierna doet en reageert Johan alsof hij antwoord geeft op een vraag van de examinator. Van begin tot eind leest hij van een klein briefje voor wat hij de uroloog gaat zeggen. Piet laat Johan zijn gang gaan en luistert zonder interrupties meerdere keren naar diens herhalingen als hij het zelf niet goed bevonden heeft.

De volgende dag stapt Johan een beetje gespannen uit bed. Vandaag wacht hem het consult met de uroloog. Drie kwartier voor de afgesproken tijd meldt hij zich bij de balie van de poli van urologie. Zoals iedereen neemt Johan plaats in de ruime wachthal. Na een uur vraagt hij bij de balie of de uroloog hem niet vergeten is. Dat is niet het geval wel is het zo dat de afspraken een beetje uitlopen. Hoewel Johan zich niet druk wil maken begint hij van binnen aardig te koken. Afspraak is afspraak en niet nakomen accepteert Johan niet zo makkelijk. Deze situatie is lijden voor Johan maar gelukkig loopt de tijd niet verder over dan een half uur. Met uitgestoken hand komt de uroloog op hem af, heet hem welkom en loodst Johan de katheterkamer in.

Reeds geïrriteerd door het lange wachten zegt Johan de indruk te hebben dat de uroloog zijn plasprobleem niet serieus neemt. Want waarom kon er niet eerder een afspraak gemaakt worden? Zonder protest had hij immers nog ruim twee weken op een consult moeten wachten en ondertussen moeten meewerken aan zelf inbrengen van een plaskatheter. De specialist kijkt hem afwachtend aan.
Johan vertelt voort en wappert achteloos met de brochure 'Het Prostaatboek'. Hij steekt niet onder stoelen of banken dat eerder prostaatonderzoek in het ziekenhuis geen vergrote prostaat liet zien maar dat hij nu nog niet weet wat tot zijn huidige plasprobleem heeft geleid terwijl al wel aanpak lijkt voorgeschreven. Heb ik soms prostaatkanker of een ander probleem aan de urineweg? De uroloog reageert geprikkeld en zegt de inhoud van 'Het Prostaatboek' te kennen.
Inzake zijn behandelingen door kno-arts en uroloog in het ziekenhuis uit Johan twijfels over de afstemming van de specialisten onderling en in relatie met zijn huisarts. De uroloog reageert fel en deelt mee dat afstemming altijd enige tijd nodig heeft.
En wanneer Johan zich hardop afvraagt of gelijktijdige inname van bloedverdikkers en bloedverdunners oorzaak kunnen zijn van  plasproblemen wijst de specialist hem erop dat Johan patiënt is en hij de arts ofwel deskundige.

Na Johan aangehoord te hebben nodigt de uroloog hem uit op de onderzoekstafel plaats te nemen. De specialist doet via de anus onderzoek en laat via beeldscherm Johan meekijken. Het blijkt dat Johan een vergrote prostaat heeft.
Voor een nieuwe afspraak moet Johan zich over precies een week opnieuw bij de uroloog melden.

Zoals afgesproken meldt Johan zich na het bezoek aan de specialist bij de verpleegster van urologie. Hij doet haar verslag en vraagt naar haar functie. Zij blijkt coördinator te zijn. Nou, denkt Johan, dat zal wel 'coördinator van het project zelf inbrengen van een blaaskatheter' zijn.

Tevreden over het opkomen voor zichzelf keert Johan huiswaarts.

De volgende dag in de vroege avond gaat bij Johan de huisbel. Het is Piet. Johan vertelt hoe het gisteren in het ziekenhuis bij de uroloog gegaan is. Hoewel Piet zichtbaar moe is neemt hij alle tijd naar de belevenissen van Johan te luisteren. Bij zijn vertrek is Johan blij dat Piet volgende week weer met hem mee gaat.


Herman Bergensteen





Free counter and web stats
Meting vanaf 9 februari 2009