Bespreking van Commentaar nummer 88 door Chris van der Linden

20 januari 2013

Commentaar, nummer 88 ?

Voor sommigen lachwekkend.

De vraag geeft echter precies aan wat ik ervaar en voel als ik mijzelf of een bekende tegenkom die mens onder mensen is en spontaan reageert op verbeeldingen, lachen, verdriet, gedoe, boosheid of dat wat voorvalt.

Op het kleinseminarie Ravensbos, in het leger maar ook op het werk zijn hogeren in rang meestal niet gediend van dit gedrag. Ik dien me te houden aan codes. Ga ik daaraan voorbij roep ik problemen op. De vraag rijst hoever ik ga immers ik wil gewoon mens onder mensen zijn en daar horen ook uitdrukkingen van levensenthousiasme bij. 

Na ontvangst op 16 januari 2013 heb ik in 4 dagen het boek 'Commentaar nummer 88' gelezen. Geen gemakkelijke kost. Dat had ik ook niet verwacht. Echter ik moest lezen niet omdat ik het boek als geschenk van de schrijver kreeg aangeboden maar omdat ik veronderstelde dat de inhoud mij en mijn identiteit goed zou doen.

Ik herlees 'Commentaar, nummer 88'.  

28 januari 2013

Doet 'Commentaar, nummer 88' mij goed?

Absoluut.

Op meeslepende wijze fileert de auteur voorwoord, hoofdstukken, verantwoording en bijlagen van 'Pater worden? Dat kan bij ons!'. Het gereedschap dat hij daarbij gebruikt leidt ertoe dat de 'snelle' geïnteresseerde lezer bijna vanzelfsprekend gas terugneemt. Zo waar, dat is een prestatie van formaat. Immers hij nodigt op een uitnodigende wijze uit oppervlakkige aannames over het alomvattende leven van kinderen en pubers op Ravensbos in het midden vorige eeuw opnieuw te doordenken, te beschouwen en vervolgens serieus te heroverwegen.

'Commentaar, nummer 88' van Frans Duijf is geen gemakkelijke kost. Hetgeen wordt opgediend roept de vraag op of dit boek zonder voorkennis van 'Pater worden? Dat kan bij ons!', wel goed te verteren is. Het is jammer dat hiermee toch nog een niet gewenste en niet beoogde drempel wordt opgeworpen.

Maar goed, Frans Duijf maakt afdoende duidelijk dat 'Pater worden? Dat kan bij ons!' broddelwerk is van een stel schrijvers die ook nog eens voor de uitgave ervan gebruik maken van de Stichting Limburgs Genealogisch en Geschiedkundig Informatiecentrum. Alleen al de naam van deze uitgever geeft het idee dat het met dat boek van Jène van Moorsel en Jozef Hoen wel goed zit. Het tegendeel is het geval.

In 'Commentaar nummer 88' laat de auteur zien wie hij is. Wel zo belangrijk omdat hij oud - bewoners van Ravensbos een beter en eerlijker boek gunt over het alomvattende wel en wee van kinderen en pubers op Ravensbos. Daartoe schroomt hij niet een beeld van zijn oorsprong te geven. Aanwijzingen van vader en moeder spelen ook in zijn doen en laten op Ravensbos een indringende rol. Ze vormen hem op afstand tot wie hij wordt. Als kind en puber geven z'n ouders kracht, vernederingen en schaamte voor wat zich in en om hem heen afspeelt te hanteren. Hetgeen later resulteert tot de zielsgekraste maar een niet gebroken volwassen mens. De schaamte voorbij, onderzoekend, levenslustig, niet wegkijkend en bruggen bouwend.

De correspondentie van Frans Duijf met één van de auteurs van 'Pater worden? Dat kan bij ons!' is om te smullen. Waarom? Lees hoe de immer beminnelijk corresponderende Frans Duijf onontkoombaar zijn engelengeduld begint te verliezen. In niets ontziende stijl haalt hij uit. De kracht van deze correspondentie zit ook in het geheime gegeven dat de lezer alle ruimte krijgt er het zijne van te denken.

Een pareltje om kennis van te nemen in 'Commentaar nummer 88' is de bijlage waarin een beschouwing gegeven wordt over Guido Gezelle. Helaas kan het genieten pas echt goed tot zijn recht komen wanneer het boek 'Mijnheer Gezelle' van Michel van der Plas gelezen is. Echter, het moet gezegd, Frans Duijf heeft zich er ook in deze bijlage niet met een Jantje van Leiden van afgemaakt. De aandacht voor de priester - dichter is niet zomaar een zijweggetje maar een belangrijke bouwsteen ten behoeve van 'Commentaar nummer 88'.

Tenslotte. Begin jaren dertig vorige eeuw is mijn vader kort na het behalen van zijn onderwijsakte op een katholieke kweekschool in 's Hertogenbosch verhinderd hoofdakte te halen. Reden is dat hij een leraarbroeder in elkaar sloeg die zeer jonge studenten sexueel misbruikte. Naast deze straf heeft mijn vader tot twintig jaar erna vergeefs gesolliciteerd naar een onderwijsfunktie in het katholieke onderwijs. Een beroepsverbod en daaraan gerelateerde sancties troffen hem. De broeder kon gewoon doorgaan met lesgeven. Pas begin jaren vijftig geven kerk en katholieke organisaties hem ruimte op grond van goed gedrag als onderwijzer aan de slag te gaan. Mijn vader sprak hier nooit over, moeder wel maar aanvankelijk in zeer mistige bewoordingen.

Chris van der Linden uit Bodegraven
oud-student Ravensbos in de periode 1960 - 1966