Welk lot wacht het project Dorpshart Duivendrecht ?


Aanstaande donderdag 12 juni 2008 vergadert de commissie burger en bestuur van de gemeente Ouder - Amstel in het Dorpshuis te Duivendrecht. Onderwerp van bespreking is de rapportage van het onderzoek door de Rekenkamer DOUW bij de uitbreiding van het gemeentehuis. Tevens komt aan de orde het in januari 2008 uitgekomen rapport 'Tuindorp of Stadstuin', een bestuurskrachtonderzoek in Ouder - Amstel uitgebracht door Bestuur & Management Consultants.


De slotbevinding van de Rekenkamer DOUW (Diemen, Ouder - Amstel, Uithoorn en Weesp):


Ter beantwoording van de vraag van de gemeenteraad van Ouder-Amstel:
"Kunnen wij als gemeente grotere projecten aan?" is de rekenkamer van oordeel:

De gemeente is in staat grotere projecten aan te pakken en (deels) zelf uit te voeren, mits men zich bewust is van de beperkingen en valkuilen die er voor deze gemeente zijn. Een gedegen voorbereiding, een uitgewerkte projectstructuur, voldoende tijdsruimte en tijdig inhuren van externe ondersteuning bij ontbreken van eigen capaciteit, zijn daarbij harde voorwaarden.

Bij grote projecten van derden (waartoe het Duivendrechtse Veld is te rekenen) kan daarbij de scheiding van functies beter gegarandeerd worden dan bij projecten in eigen beheer (dorpshart Duivendrecht). Samenwerking biedt hierbij goede mogelijkheden, zoals uit het Bestuurskrachtonderzoek blijkt. Op het publieke takenveld valt hierbij met name te denken aan de buurgemeenten. De rekenkamer onderschrijft hiermee de beoordeling in de bestuurskrachtmeting voor wat betreft de gemeente als organisatie.

De gemeente als organisatie
De organisatie van de gemeente Ouder-Amstel heeft alle kenmerken, kwaliteiten en risico's die bij een kleine gemeente horen. Bestuur en management van de organisatie slagen er goed in die kwaliteiten te benutten. Die worden herkend en erkend door inwoners en maatschappelijke organisaties. Er wordt geïnvesteerd in het behoud van de bestaande kwaliteit. De organisatie ontbeert in de huidige situatie op momenten de vakinhoudelijke expertise en voldoende strategische kwaliteiten, die nodig zijn om bestuurders en politici adequaat te ondersteunen in nieuwe opgaven. Dit kan nog slim worden opgevangen middels inhuur of samenwerking.

Tactische kwaliteit
Als het gaat om haar tactische kwaliteiten laat de gemeente Ouder-Amstel twee gezichten zien in enerzijds de aansturing van reeds bekende taken en anderzijds het oppakken van nieuwe taken. In de aansturing van bekende en vertrouwde taken, projecten en werkzaamheden scoort de tactische kwaliteit van de gemeente een ruime voldoende in de ogen van de onderzoekers. De bijzondere tactische kwaliteiten (korte lijnen, snelle communicatie, informeel klimaat) worden onderkend en benut.
Op het niveau van de tactische kwaliteiten van de gemeente Ouder-Amstel bij de ontwikkeling en implementatie van nieuwe taken en projecten weet de gemeente deze (al dan niet zelfstandig) op een verantwoorde wijze in te vullen. Prioriteiten worden gesteld en waar mogelijk zelf opgepakt. Bewust wordt er echter ook voor gekozen om bij bepaalde nieuwe taken, zoals de omgevingsvergunning, een externe partij de beleidsvoorbereiding te laten verrichten en vanuit het speerpunt dienstverlening de uitvoering zo optimaal mogelijk in de gemeente te laten plaatsvinden.

De gemeente als beleidsmaker
De gemeente Ouder-Amstel is voor de ontwikkeling van haar beleidsopgaven al voor een belangrijk deel afhankelijk van samenwerking. Op tactisch niveau boekt de gemeente goede resultaten, maar over de volle breedte vallen hier en daar gaten, met name waar het gaat om nieuw beleid dat van 'boven' op de gemeente afkomt. De gemeente Ouder-Amstel mist een richtinggevende integrale visie op haar toekomst, maar beseft terecht dat in die lacune kan worden voorzien en dat input uit de regio hierbij essentieel is. Bij het ontbreken daarvan is het voor de gemeente lastig om ontwikkelgerichte keuzes te maken uit het brede aanbod van ontwikkelingen, trends, beleidsinitiatieven. De gemeentelijke organisatie zal deels strategische en vakinhoudelijke capaciteiten in moeten huren, c.q. moeten benutten vanuit de regio om bestuur en politiek daarin adequaat te adviseren en te ondersteunen. De gemeente Ouder-Amstel spant zich gemeentebreed in om gelijke pas te houden met de huidige opgaven van de gemeente. Ondanks die inspanning beoordelen wij de bestuurskracht van de gemeente Ouder-Amstel in de rol als beleidsmaker met een krappe voldoende. Wij verwachten dat de bestuurskracht van de gemeente als beleidsmaker onder druk komt te staan als gevolg van de vele opgaven die er op de gemeente afkomen. De ontwikkelingen rond decentralisatie en de nodige regionale samenwerking kunnen er toe leiden, dat op termijn de op dit moment als voldoende beoordeelde kwantiteit en kwaliteit van de gemeente onder druk kunnen komen te staan.

Wij beoordelen de kwaliteit van de gemeente als organisatie gemeten naar huidige opgaven als voldoende, maar plaatsen de kanttekening dat die kwaliteit wellicht te weinig robuust is om de toekomst met vertrouwen tegemoet te kunnen zien, gezien de verwachte verdergaande decentralisering en grotere noodzaak tot samenwerking. Om een dergelijke dreiging tegemoet te kunnen treden, zal tijdig moeten worden ingespeeld en moeten worden bezien of taken, zelfstandig of in samenwerking kunnen worden opgepakt, dan wel extern kunnen worden weggezet. Decentralisatie brengt immers wel middelen en daarmee vaak ook menskracht met zich mee, maar zorgt ten gunste van efficiencykortingen en dergelijke ook voor druk op de gemeentelijke schatkist en juist dan zijn slimme constructies met publlieke en/of private partners welkom.


De hoofdconclusie van de Rekenkamer DOUW:


De rekenkamer stelt vast, dat de gemeente Ouder-Amstel onvoldoende doordacht
de uitbreiding van het raadhuis heeft aangepakt:
1. de voorbereiding was onvoldoende;
2. de tijdsruimte was te krap;
3. de verdeling van de verantwoordelijkheden was niet goed uitgewerkt, niet
goed vastgelegd en werd niet goed gehandhaafd;
4. specificaties (zoals PvE, DO, inrichtingsplan, etc.) waren niet (tijdig)
beschikbaar of ondeugdelijk;
5. er was geen duidelijke visie op de functie van het gebouw;
6. de organisatie is onvoldoende ingesteld op projectmatig werken, met als
resultaat:

- onduidelijke besluitvorming
- dubbele rollen
- steeds wijzigende specificaties ("bewegende doelen").



Chris van der Linden, bewoner van een Zonnehofflat
Duivendrecht, 9 juni 2008