Hoofdstuk II

HET KIND ALS MEESTER

Ken U zelve

De leidende instincten der mensen te volgen is een van de belangrijkste onderwerpen van studie voor onze dagen. Wij zelf zijn met deze onderzoekingen begonnen en wij hebben uit niets een begin gemaakt. Daarin ligt ons belangrijkste aandeel in deze kwestie. Maar de nieuwe wegen van studie zijn slechts geopend, want onze resultaten zijn tot nu toe vooral gelegen in het bewijs van het bestaan van die instincten en een eerste aanwijzing, hoe zij moeten worden bestudeerd. Dat bestuderen is alleen maar mogelijk bij het genormaliseerde kind, dat in vrijheid leeft en in een omgeving, geschikt voor zijn behoeften en zijn ontwikkeling. Dan zien wij heel duidelijk een nieuwe aard, waarbij de normale eigenschappen zichzelf aan ons opdringen als een onbetwistbare werkelijkheid. Ontelbare ervaringen hebben ons een waarheid laten zien, die op twee gebieden al even revolutionair is, opvoeding en maatschappelijke menselijke organisatie. Het is duidelijk dat de maatschappelijke organisatie van mensen van een andere geaardheid dan die wij over het algemeen kennen, zelf ook anders zou zijn en het is de opvoeding die een weg zou kunnen wijzen om de wereld van de volwassenen eveneens te normaliseren. Een dergelijke maatschappelijke ommekeer zou niet kunnen ontstaan door theoretische beschouwingen en niet door het werk van een paar organisatoren maar door gestadige, voortdurende inwerkingen van een nieuwe wereld middenin de oude, de wereld van het kind en van de jonge mensen. Uit deze wereld zouden de vernieuwingen, de natuurlijke leiding, die tot een normaal maatschappelijk leven noodzakelijk zijn, langzamerhand te voorschijn kunnen komen. Het is werkelijk dwaas om te veronderstellen, dat theoretische hervormingen of individuele krachtsinspanning de enorme leegte zouden kunnen vullen, die in de wereld is ontstaan door de verdrukking en de overheersing van het kind. Niemand kan de steeds verder doorgroeiende fouten herstellen, waarvan de gronden liggen in het feit, dat de mensen alle abnormaal zijn, omdat zij zich in hun jeugd niet konden ontwikkelen volgens de lijnen, die door de natuur waren aangegeven, waardoor zij lijden aan ongeneeslijke afwijking. De onbekende krachten die de mensheid kunnen helpen, liggen besloten in het kind.
Het ogenblik is gekomen om het gezegde: "Ken U zelve" tot nieuw leven te roepen, want dit is de kern van alle biologische wetenschap die er toe heeft bijgedragen het fysieke leven van de mensen te verbeteren en te redden door moderne geneeskunde en hygiëne. Reeds brachten deze het leven op het peil van een hogere beschaving, een beschaving waarvoor de lichamelijke hygiëne kenmerkend is. Maar op het gebied van ziel en geest kent de mens zichzelf nog niet. De eerste onderzoekingen op het gebied der kennis van het menselijk lichaam werden op het dode lichaam ondernomen. De eerste onderzoekingen op geestelijk gebied moeten geschieden aan levende mensen dadelijk bij de geboorte. Zonder deze grondideeën zou het zijn alsof er geen weg tot verbetering was; men zou bijna kunnen zeggen, dat het niet mogelijk was de mensheid te laten voortbestaan in onze beschaving. Alle problemen die met de sociale vragen samenhangen, moeten onopgelost blijven evenals de problemen van de moderne wetenschappelijke pedagogie, want een verbetering in de opvoeding kan alleen maar op één basis berusten, op de normalisatie van het kind. Als dat eenmaal bereikt is, kunnen niet alleen de pedagogische problemen worden opgelost, maar zij doen zich zelfs niet meer voor. En wat meer zeggen wil, de resultaten, die bereikt worden, komen onverwacht en zijn even verbazingwekkend als wonderen. Het is mogelijk, dat dezelfde methode voor de volwassenen moet worden gevolgd. En dan is er nog maar één werkelijk probleem, dat kan worden samengevat in de woorden: "Ken U zelve", kennis van de wetten, die leiding geven aan de geestelijke ontwikkeling van de mensen. Maar het kind heeft dit probleem al opgelost en een praktische weg is al geopend. Daarnaast is praktisch geen enkele redding mogelijk, want alle goede dingen komen weer neer op mensen met afwijkingen, die ze voor zichzelf willen bezitten en die er een middel tot macht in zoeken. Dan is dat goede al vernield, nog eer het iets heeft kunnen doen en daardoor wordt het een gevaar voor het menselijk leven. Daarom kunnen alle goede dingen, alle vooruitgang en alle ontdekkingen, de slechte neigingen van de wereld bevorderen, zoals wij dat bij de machine hebben gezien, die de tastbaarste vorm is van sociale vooruitgang voor ons allen. Elke uitvinding, die een vooruitgang zou kunnen betekenen en een verlichting, kan gebruikt worden tot vernietiging, ten behoeve van de oorlog of voor verrijking van onszelf. De vooruitgang in de fysica, de chemie en de biologie, de vervolmaking van de middelen van vervoer, hebben alleen het gevaar voor vernieling, ellende en wreed barbarisme vergemakkelijkt. Wij hebben daarom niets te verwachten van de buitenwereld, totdat de normalisatie van de mensen erkend is als het grondbegrip van het sociale leven. Dan alleen zal alle uiterlijke vooruitgang kans hebben tot welvaart te voeren en tot meerdere beschaving. Daarom moeten wij ons tot het kind wenden, het baken van ons toekomstig leven. Iemand die iets wil bereiken ter wille van de wereld, moet zich noodzakelijk tot het kind wenden. Niet alleen om hem te behoeden voor afwijkingen, maar ook om van hem te leren wat het practisch geheim is van ons eigen leven. Vanuit dit standpunt beschouwen we de figuur van het kind in al zijn geheimzinnigheid en macht; een onderwerp om over na te denken, want het kind dat in zichzelf het geheim van onze aard bevat, wordt ons tot Meester.

De roeping van de ouders

De ouders van de kinderen zijn niet hun makers maar hun beschermers. Zij moeten hen beschermen en van hen houden in de diepste betekenis van het woord, als een heilige zending, die ver reikt buiten de belangen en de begrippen van het uiterlijke leven. Zij zijn voor hem bovennatuurlijke beschermers, die vergeleken kunnen worden met de beschermengelen van de mystieke theologie, die geheel alleen afhankelijk zijn van de hemel en die meer macht hebben dan enige menselijke autoriteit. De Engelbewaarders zijn met het kind verbonden op een manier waarvan het zich niet bewust is en kunnen niet van hem gescheiden worden. Terwille van deze roeping moeten de ouders de liefde, die de natuur hun in het hart heeft gelegd, zuiveren en zij moeten begrijpen, dat deze liefde een bewust onderdeel is van een hogere leiding, die zij niet moeten tegenwerken door egoïsme of gemakzucht. De ouders moeten de sociale kwestie, die tegenwoordig onze aandacht eist, onder de ogen zien en opnemen: de strijd, om de erkenning van de rechten van het kind in de wereld te bereiken. Er is in de laatste jaren veel gesproken over de rechten van de mens en vooral over de rechten van de arbeider, maar nu is de tijd gekomen, om te spreken over de sociale rechten van het kind. De sociale strijd voor de rechten van de arbeider heeft een begin gemaakt met sociale hervormingen, want de mensheid leeft van het werk van de mensen en daardoor hing deze vraag samen met het materiële bestaan van het mensdom in zijn geheel. Maar als de arbeider voortbrengt wat de mens verbruikt en hij dus de maker is van uiterlijke dingen, dan maakt het kind de mensheid zelf en daarom vragen zijn rechten nog meer om sociale hervorming. Het is duidelijk, dat de menselijke samenleving de verstandigste en voortreffelijkste zorg aan het kind zou moeten besteden om door hem grotere kracht en grotere waarden te ontvangen in de mensheid van de toekomst. Het feit, dat hij integendeel het kind heeft verwaarloosd en vergeten, dat hij misschien onbewust het kind heeft gefolterd en gedood, er niet in geslaagd is zijn waarde en kracht en zijn ware aard te herkennen, zou met stelligheid moeten worden erkend en deze erkenning zou het geweten van de mensheid op hevige wijze moeten wakker schudden.

De rechten van het kind

Tot voor kort, tot in het begin van deze eeuw, besteedde de maatschappij niet de minste aandacht aan het kind. Zij liet hem waar hij geboren was, volkomen over aan de zorg van het gezin. Zijn enige bescherming en verdediging vond hij in de autoriteit van zijn vader, wat eigenlijk een overblijfsel is van hetgeen is vastgelegd door de Romeinse Wetgeving, ongeveer tweeduizend jaar geleden. Al deze lange tijd ontwikkelde zich de beschaving en veranderden de wetten ten behoeve en ten dienste van de volwassenen, maar zij lieten het kind zonder enige sociale voorzorg. Voor hem waren alleen de materiële, morele en intellectuele bronnen van het gezin waarin hij geboren was, voorbehouden. En als er in dit gezin niet zulke bronnen waren, moest het kind zich ontwikkelen in materiële, morele en intellectuele armoede, zonder dat de maatschappij de allerminste verantwoordelijkheid voor hem voelde. De maatschappij heeft tot nu toe nooit geëist, dat de familie zich op enige manier zou voorbereiden om een passende verzorging te waarborgen voor de kinderen, die er deel van zouden gaan uitmaken. De Staat, die anders zo ver gaat in het eisen van officiële papieren en nauwkeurige voorbereiding en die er zo van houdt om alles te regelen wat maar het geringste spoor draagt van sociale verantwoordelijkheid, bekommert er zich niet om of de toekomstige vaders de geschiktheid bezitten hun kinderen zo nodig te beschermen of voor hun ontwikkeling te zorgen. Hij heeft niet gezorgd voor een plaats, waar ouders kunnen worden voorbereid en onderwezen. Wat de Staat betreft, is het voldoende een huwelijk aan te gaan om een familie te mogen stichten. Als wij dit alles bedenken, kunnen we gerust verklaren, dat de maatschappij van af de eerste tijd zijn handen heeft afgetrokken van deze kleine werkers, waaraan de natuur de opbouw van de mensheid heeft toevertrouwd. Te midden van de voortdurende vooruitgang terwille van de volwassene, bleven zij wezens, die niet tot de menselijke maatschappij behoorden, buitenmaatschappelijk, afgezonderd, zonder enig middel tot uiting, waardoor de wereld zich van hun omstandigheden bewust kon worden. Zij zouden te gronde kunnen gaan zonder dat de wereld er iets van merkte. Werkelijk, zij waren slachtoffers. Slachtoffers zoals de medische wetenschap erkende, toen zij een halve eeuw geleden zich voor de jeugd begon te interesseren. In die tijd was de jeugd nog meer verwaarloosd dan nu, er waren toen geen kinderartsen en geen kinderziekenhuizen. De statistieken gaven een zo hoog sterftecijfer gedurende het eerste levensjaar, dat het sensatie verwekte. De mensen begonnen er over na te denken, dat ofschoon er zoveel kinderen geboren werden in de gezinnen, er maar zo weinig in leven bleven. Het was zo natuurlijk dat kleine kinderen vroeg stierven, dat de families er zich aan gewend hadden en zichzelf troostten met de gedachte, dat zulke kinderen regelrecht naar de hemel gingen. Er was een speciale godsdienstige voorbereiding ontstaan, die hun had geleerd zich er bij neer te leggen, omdat zo de kleine engelen kwamen, die, zoals men zei, God graag om zich heen zag. Er stierf zo'n groot aantal baby's door onwetendheid of gebrek aan goede verzorging, dat het verschijnsel een voortdurende moord op de onschuldigen genoemd werd. Deze feiten werden bekend gemaakt en dadelijk werd een uitgebreide propaganda begonnen om het menselijk geweten tot verantwoordelijkheid te wekken. Het was niet voldoende om kinderen het leven te schenken, maar zij moesten het leven ook weten te behouden. De wetenschap leerde hun, hoe zij dat konden doen. Vaders en moeders werden onderwezen en kregen nieuwe inzichten, die zij nodig hadden voor een behoorlijke verzorging van de gezondheid van hun baby's. Maar niet alleen in de gezinnen leden de kinderen. Wetenschappelijk onderzoek op de scholen leidde tot angstwekkende ontdekkingen van kwelling. En dat was in het laatst van de 19de eeuw, in een tijd toen de medische wetenschap onder de werklieden ziekten als gevolg van hun fabrieksarbeid ontdekte en de eerste stappen gedaan werden ter verbetering van de sociale hygiëne in de werkplaats. Men merkte toen, dat naast die besmettelijke ziekten, die voortkwamen uit onhygiënische toestanden, de kinderen ook hun arbeidsziekten hadden, die een gevolg waren van hun werk. Hun werk lag in de scholen. Zij waren daar opgesloten, slaven, blootgesteld aan de gedwongen kwelling van de maatschappij. De nauwe borstkas, die een verhoogde vatbaarheid met zich bracht voor de tuberculose, was een gevolg van het urenlang gebogen zitten over een lessenaar om schrijven en lezen te leren. De wervelkolom werd krom door dezelfde gedwongen houding, ogen werden bijziende door de voortdurende poging om toch iets te zien bij het onvoldoende licht. Het hele lichaam was vergiftigd, als het ware verstikt door het te lange tijd achtereen zitten in kleine gesloten ruimten.
Toch was hun marteling niet alleen lichamelijk, ze breidde zich uit tot hun geestelijk werk. Studeren werd gedwongen studeren en omdat de kinderlijke geest moe was van verveling en angst, raakte het zenuwgestel uitgeput. Zij werden lui en moedeloos, triest en slecht, zonder vertrouwen in zichzelf, zonder iets van die allerliefste vrolijkheid, die bij kinderen past. Ongelukkige, verdrukte kinderen! Hun familieleden zagen dit alles niet. Zij stelden er alleen belang in of hun kinderen door het examen zouden komen en hun lessen zo gauw mogelijk zouden leren om tijd en geld te sparen. Men bekommerde zich thuis niet om het leren zelf, om het bereiken van een hogere cultuur, maar het ging om het beantwoorden aan de eisen van de maatschappij, aan de verplichting, die men hun stelde, een verplichting, die hun moeilijk viel en die geld kostte. Daarom was het van belang dat hun zonen hun paspoort voor het maatschappelijke leven zouden veroveren in de kortst mogelijke tijd. Onderzoekingen en ondervragen van schoolkinderen brachten andere verbazingwekkende feiten aan het licht. Veel arme kinderen waren als ze 's morgens op school kwamen al moe van hun morgenwerk. Voor het naar school gaan hadden sommige al mijlen ver gelopen om melk rond te brengen of waren door de straten gerend om kranten te verkopen of hadden thuis moeten helpen. Zij kwamen hongerig en slaperig op school met de wens om te rusten. Dan kregen die arme kleine slachtoffers een goede portie straf, want zij konden niet opletten en konden daardoor de uitleg van de onderwijzer niet begrijpen. En de onderwijzer, die dacht aan zijn verantwoordelijkheid en nog meer aan zijn autoriteit, trachtte door straffen de belangstelling te wekken van deze vermoeide kinderen en hen door dreigementen tot gehoorzaamheid te dwingen. Hij vernederde hen tegenover al hun schoolkameraden wegens hun onkunde of hun ondeugendheid. Deze ongelukkige kinderen sleten hun leven tussen hun huis, waar zij geëxploiteerd werden en de school, waar zij straf kregen. De onrechtvaardigheid die door deze eerste onderzoekingen aan het licht kwam, bleek zo groot te zijn, dat er een grote sociale reactie uit volgde. De scholen en de daarmee samenhangende bepalingen werden zo gauw mogelijk gewijzigd. Een nieuwe en belangrijke tak van geneeskunde werd ingevoerd, waarbij schoolartsen betrokken waren en die oefenden een beschermende en vernieuwende invloed uit op de openbare scholen in de beschaafde landen. De dokter en de onderwijzer waren het van nu af aan eens en werkten samen ten bate van de gezondheid van de leerling. Dat was, kunnen wij wel zeggen, de eerste sociale stap ter bestrijding van een oude onbewuste fout tegenover de hele mensheid en zij beduidde een eerste schrede op de weg naar sociale bevrijding van het kind.
Als wij op dit eerste initiatief terugzien en van daar uit de loop van de geschiedenis volgen, zullen wij geen pakkende feiten meer vinden, die op de erkenning van de rechten van het kind wijzen of blijk geven van een zich intuïtief bewust worden van zijn waarde. Alleen Christus riep hen tot zich en wees er de volwassenen op dat zij hen leidden naar het Koninkrijk der Hemelen, waarbij hij de volwassene waarschuwde voor hun blindheid. Maar de volwassene dacht er alleen maar aan het kind te bekeren en roemde zichzelf als een voorbeeld van volmaaktheid. Het leek wel of deze blindheid ongeneeslijk was. Mysterie van de menselijke ziel! Deze blindheid is een algemeen verschijnsel gebleven en is misschien zo oud als de mensheid zelf. In ieder opvoedkundig ideaal, in alle pedagogie tot in onze tijd, is het woord "opvoeding" bijna altijd synoniem gebleven met het woord "straf". Ten slotte moest het kind zich altijd aan de volwassene onderwerpen, die zichzelf de plaats van de natuur toekende en zijn redeneringen en besluiten de plaats liet vervullen van de wetten van het leven. Verschillende naties hebben een verschillende manier om kinderen te straffen. In particuliere scholen hoort de soort straffen, die daar wordt toegepast, bij de school als het wapen bij een familie. Sommigen gebruikten vernederingen zoals b.v. het ophangen van opschriften op hun rug, of ezelsoren opzetten of bij een schandpaal laten staan, zodat degenen, die voorbij komen, hen kunnen uitlachen en plagen. Vaak zijn de straffen die gebruikt worden lichamelijke pijnigingen. Kinderen moeten uren in een hoek staan, moe en verveeld van het niets doen, zonder iets te zien en zijn er toe veroordeeld om door hun eigen wilskracht in die houding te blijven. Andere straffen bestaan daarin, dat zij op hun blote knieën op een stenen vloer moeten knielen of geslagen worden of in het openbaar met een rietje krijgen. Een moderne verfijnde wreedheid ligt in de methode om de school en het gezin samen te betrekken in het opvoedingswerk, een principe, dat er op neerkomt de school en het gezin te organiseren bij het straffen en vervolgen van het kind. Het kind, dat op school gestraft wordt, moet zijn bestraffing aan zijn vader laten weten, zodat vader met de leraar samen hem nog meer kan straffen en op hem mopperen. Dan moet hij een briefje van zijn vader meenemen naar school als een bewijs, dat hij zichzelf heeft beschuldigd tegenover zijn andere vervolger, die in ieder geval in principe het met de bestraffing van zijn zoon eens is. Daardoor dwingt men het kind zijn eigen kruis te dragen. Niemand zal hem verdedigen. Waar is de rechtbank, waar het kind, evenals de misdadigers, in hoger beroep kan gaan? Die rechtbank bestaat niet. Waar is de liefde, waarbij het kind troost en steun kan vinden? Hij is er niet. De school en het gezin spannen samen om hem te straffen, want als dat niet zo was, zou de straf minder erg zijn en zou de opvoeding minder hoog staan. Maar in het gezin bestaat geen behoefte aan aanmoediging van de kant van de school om het kind te straffen. Onderzoekingen die kort geleden gedaan zijn naar aanleiding van de straffen, die in het gezin werden toegepast (deze onderzoekingen werden uitgevoerd op initiatief van het pedagogisch Instituut, dat een onderdeel van de Volkenbond is) tonen ons, dat zelfs in onze tijd in geen enkel land, groot noch klein, de kinderen niet thuis gestraft worden. Zij worden heftig berispt, beledigd, geslagen, gestompt, geschopt, weggejaagd, opgesloten in donkere kamers, waar zij bang zijn, met fantastische akeligheden bedreigd of hun worden de kleine vreugden ontnomen, die een toevlucht voor hen zijn in hun voortdurende slavernij. Kleine verlichtingen van de narigheden, die zij onbewust voortdurend moeten verdragen, worden hun verboden, zoals b.v. het spelen met hun vriendjes of het eten van zoetigheid of vruchten. Dan is er tenslotte nog een straf, die thuis, vooral 's avonds wordt toegepast, die van het vasten, het naar bed gestuurd worden zonder eten, zodat het kind de hele nacht onrustig slaapt van verdriet en honger. In beschaafde gezinnen zijn de straffen snel verminderd, maar zij zijn nog in gebruik; een ruwe manier van doen, een harde, strenge, dreigende stem is de gewone methode om zich tegenover kinderen te uiten. Het schijnt heel natuurlijk, dat de volwassene het recht heeft het kind te slaan, dat zijn moeder hem een klap mag geven. En toch zijn willekeurige in het openbaar toegepaste lichaamsstraffen voor de volwassenen afgeschaft. Het zou hem nu vernederen en aan zijn waardigheid te kort doen. Maar wat kan hem meer verlagen dan een kind te beledigen en te vervolgen? Het is wel duidelijk, dat het geweten van de wereld diep verzonken is in slaap. De vooruitgang der beschaving hangt zoals het er nu mee staat niet meer af van individuele vooruitgang, hij komt niet voort uit de brandende vlam in de menselijke ziel, het is thans de vooruitgang van een gevoelloze machine, die door uiterlijke krachten wordt voortgedreven. De energie, die hem in beweging brengt, ontstaat in de buitenwereld als een geweldige onpersoonlijke kracht, die uit de maatschappij als geheel opkomt en die onverbiddelijk zijn werk doet. Vooruit, altijd vooruit! De maatschappij is als een lange trein, die met een duizelingwekkende snelheid voortstuift naar een ver afgelegen doel, terwijl de mensen waaruit hij bestaat op reizigers lijken, die in hun coupé slapen. In dit slapende geweten ligt de sterkste tegenstand tegen werkelijke hulp of tegen de waarheid, die vermag te redden. Als dit niet zo was, zou de wereld snel vooruit kunnen komen; er zou niet zo'n gevaarlijk contrast zijn tussen de steeds groter wordende snelheid van het materiële vervoer en de steeds toenemende verharding van de menselijke geest. De eerste stap, de moeilijkste, zoals altijd bij elke sociale beweging voor een gemeenschappelijke vooruitgang, is de opdracht om deze slapende en ongevoelige mensheid wakker te maken en haar te dwingen, te luisteren naar de stem, die hen roept. Het is heden ten dage noodzakelijk dat de wereld in zijn geheel zich van het kind en zijn waarde bewust wordt en dat hij de grote leegte, waarop hij berust, als een gevaar gaat zien en dat snel afwendt. Hij moet die leegte vullen door een eigen wereld voor het kind te bouwen en zijn sociale rechten te erkennen. De grootste misdaad, die de maatschappij begaat, is dat hij geld verkwist in plaats van het voor zijn kinderen te gebruiken; het wordt verspild ter vernietiging van kinderen en volwassenen. De gemeenschap heeft tegenover zijn kinderen gehandeld als een voogd, die het geld verspilt, dat aan zijn pupil toebehoort. De wereld van de volwassene gebruikt en produceert alleen voor zichzelf, terwijl het van zelf spreekt, dat een groot deel van zijn rijkdommen voor het kind bestemd is. Deze waarheid ligt in het leven zelf besloten, de dieren en de nederigste insecten kunnen ons dat leren. Voor wie verzamelen de mieren het voedsel? Voor wie zuigen de bijen de nectar? Voor wie zoeken de vogels het voedsel dat zij naar hun nesten brengen? Er is in de natuur geen enkel voorbeeld van volwassenen, die alles alleen opeten en hun nakroost te kort laten komen. Toch wordt er voor het mensenkind niets gedaan; er bestaat alleen maar een neiging om het lichaam van het kind in vegeterende toestand te behouden. Als de verkwistende maatschappij behoefte heeft aan geld, neemt hij het van de scholen af en vooral van de voorbereidende scholen, die het zaad van het mensdom behoeden. Hij neemt het van hen, die nog geen stemmen en geen armen hebben om zich te verdedigen. Daarom is dit de ergste misdaad van de mensen en hun grootste dwaling.
De maatschappij merkt het niet eens, dat hij twee maal iets te niet doet, wanneer hij geld uitgeeft voor vernietigingsdoeleinden; hij vernietigt door het leven onmogelijk te maken, maar ook door de dood te veroorzaken. Dat is een en dezelfde fout, want het is juist, omdat men niet zorgt dat het leven zich kan ontwikkelen, dat de mensen abnormaal zijn opgegroeid.
De volwassenen moeten nu opnieuw gaan organiseren en deze keer moeten zij dat niet doen voor zichzelf maar voor hun kinderen. Zij moeten hun stemmen verheffen om een recht op te eisen, dat zij niet zagen door hun eigen aangeboren blindheid, maar als ze eenmaal iets er van gezien hebben, valt er niet over te redetwisten. Als de maatschappij een ontrouw beheerder is geweest voor het kind, moet hij hem nu zijn goederen teruggeven en hem recht doen wedervaren.
Dit is voor alle ouders een geweldige roeping. Zij alleen kunnen en moeten hun kinderen zien te behouden, want zij hebben de macht om zich in de maatschappij te organiseren en dientengevolge kunnen zij in de gang van zaken van de samenleving ingrijpen. Hun geweten moet de kracht van de opgave, die hun door de natuur is toevertrouwd, gevoelen. Een opgave, die hen boven de maatschappij uitheft, die hen in staat stelt alle materiële omstandigheden te beheersen, want in hun handen ligt stellig de toekomst van de mensheid, het Leven.

Maria Montessori, Baarn 1937 Het geheim van het kinderleven



Home


Opvoeding