PAARDenGEDRAG                   54 / PaardenSport kwartaaleditie 03/2007 door Janine Verhoef

EMIEL VOEST:


"Eerst duidelijkheid dan liefde"
FREESTYLE IN EEN NOTENDOP
De basis van het systeem van Emiel Voest is loswerken. Hiermee krijg je controle over de richting en snelheid van het paard. De hulpen geef je met je lichaam, er komt geen zweep aan te pas. Een halster en een leadrope zijn de enige hulpmiddelen. Tijdens het loswerken leert het paard te wijken voor druk en te reageren op de lichaamstaal van zijn leider. Vervolgens wordt het paard getraind aan de dubbele lange lijnen. Hiermee kun je aanleuning en oprichting vragen; een meer rijtypische houding.
Het doel van de Freestyle training is rijden. Maar dan wel met controle. Ook tijdens het rijden wordt getraind op controle over richting en snelheid, en communicatie met behulp van lichaamstaal. Ook hier moet het paard wijken voor druk die we uitoefenen met ruiterhulpen. Ook tijdens het rijden wordt gewerkt om de houding van het paard te verbeteren, zodat het paard beter in staat is te dragen.
Paarden zijn - net als wij - kuddedieren. Alleen worden zij over het algemeen
gegeten, door roofdieren. En dat zijn wij mensen óók. Het is een vaststaand feit dat de communicatie tussen roof-en prooidieren niet altijd even soepeltjes verloopt. Emiel Voest ontwikkelde de Freestyle methode, een trainingssysteem voor paarden waarmee vooral ook wij mensen ons kunnen ontwikkelen. Want om een paard iets te leren, moet je zowel het roofdier als het moederinstinct in je, even uitzetten, en vooral duidelijk zijn.
 
"De laatste jaren ontstaat er een mentaliteitsverandering", vertelt Voest. "Steeds meer mensen nemen de moeite zich te verdiepen in wat hun paard nodig heeft om gelukkig te zijn. Freestyle training is voor verschillende opleidingen aan het NHB Deurne zelfs een verplicht vak en dat was een jaar of vijf geleden nog absoluut ondenkbaar. Maar toch denk ik dat nog veel paarden het slecht hebben in Nederland. Een voorbeeld: een paar weken geleden werd ik gebeld door een mevrouw, die had een sportpaard waar ze Z2-dressuur mee reed. Een ruin van één meter tachtig; haar baby. "Ik heb een probleem", zegt ze. "Als de winter vordert, wordt mijn paard steeds vervelender." Voest zwijgt, zucht en tilt zijn wenkbrauwen op. "Eigenlijk wist ik toen al wat er aan de hand was", zegt hij. Dus ik vraag aan die vrouw: "Hoeveel tijd van de dag staat dat paard op stal, en hoe groot is die box?" Blijkt dat paard de hele winter door te brengen in een hok van drie bij drie. Hij mag eruit om te trainen; oefeningetjes doen in de binnenbak. Dat dier brengt zijn leven door in een isoleercel. "Oh nee", zei zijn baas, "in de wei? Dat kan niet! Stel dat hij zich verstapt, of dat het gras kapotgaat..." Weet je wie er kapotgaat? Dat paard!"

Hamsters fokken
Dit is een andere Emiel Voest dan de man die ons vriendelijk welkom heette en koffie schonk. Deze Emiel Voest is boos. "Ja, daar word ik boos van. Van de stommiteit van sommige mensen. Er is opeens een wereld aan vrouwen die een hengst willen. Maar hij mag niet in de wei omdat daar andere paarden lopen, en hij mag niet te wild worden. Ze kunnen dat beest geen leven geven, en denken dat hij van hun liefde gelukkig wordt. Dat is een verkeerde benadering. Maar mannen kunnen er ook wat van, die zijn vaak wel beter in staat om een paard duidelijkheid te bieden, maar slaan daarin soms door. Dan gaan ze slaan en schreeuwen. Soms bellen mensen me met een vraag als: "Mijn paard gaat niet in de trailer, hoe hard ik ook sla." Dan denk ik: "ga alsjeblieft hamsters fokken, maar blijf van paarden af!"

Mengeling
De Freestyle methode is een trainingssysteem dat is gebaseerd op verschillende concepten. Emiel Voest ontwikkelde een combinatie van diverse trainings-, paardenfluisteraar-, omgangs- of natural horsmanship-methoden. Het is maar net boe je het wilt noemen. Het woord mengeling is niet erg eerbiedig, maar dekt de lading.
"Ik heb de traditionele ORUN-opleiding gedaan", vertelt Voest, "maar daarmee was ik niet tevreden. Kijkend naar westernruiters, die in staat zijn om hun dier aan een lange teugel te verzamelen, wist ik dat er ergens onderweg iets gebeurd was, waardoor zij in staat waren een paard te verzamelen zonder de nadrukkelijke hulpen die wij daarvoor nodig hebben. Verzamelen doet ook een quarter horse niet vanzelf. Ik werd nieuwsgierig naar andere methoden, en juist in die tijd hoorden we hier in Nederland voor het eerst van mensen als Monty Roberts en Pat Parelli, twee paardenmensen die geniale dingen hebben ontdekt en uitgewerkt. En in Nederland zijn we dól op alles wat van ver komt. Ik kwam met hun methoden in aanraking en vloog naar Engeland om Monty Roberts aan het werk te zien. Een paar maanden geleden ben ik een dag met Monty op pad geweest, en dat is toch een heel andere ervaring dan wanneer je als toeschouwer zijn show bekijkt. Monty Roberts heeft een ijzersterk concept en hij zegt hele goede dingen. Ook Pat Parelli heb ik zien optreden, en ook in zijn methoden zitten aspecten die ik in mijn eigen systeem gebruik, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik minder heb met Parelli dan met Roberts. Maar Monty Roberts is een Amerikaan en een cowboy. Ik hoef geen vijftig paarden per week zadelmak te maken, hierin Nederland hebben mensen heel andere problemen met hun paarden. Een dame met een dressuurpaard van i meter 80 gaat niet met een lasso de bergen in. Dus ik heb zijn concepten aangepast naar Nederlandse maatstaven, de verhalen getransformeerd naar een situatie die hier werkbaar en overdraagbaar is. Inmiddels zijn de Roberts en Parelli aspecten in de Freestyle methode nog nauwelijks herkenbaar. En toen ik eenmaal een goede methode had, wilde ik die niet voor mijzelf houden. Ik ben nu eenmaal trainer en instructeur. Ik wil kennis overdragen."

Probleemladers
Een deel van het werk van Emiel bestaat uit het helpen van probleemladers. Paarden die met zichzelf hebben afgesproken dat een paarden-trailer een 'no go area' is. Emiel: "Bij het laden volgens mijn systeem loopt het paard zelf de trailer in, zonder de mens ervoor. Het paard wordt dus van achter aangestuurd. Monty Roberts stuurt de paarden aan vanaf de voorkant. Maar ik zie heel vaak dat mensen staan te trekken aan hun paard om hem te overreden de klep op te stappen. En dan werkt het niet." "Ik luister altijd wel naar de verhalen van de mensen", vertelt Voest, "maar ik haal veel meer informatie uit het paard. Zodra ik het paard zie, en hoe de eigenaar ermee omgaat, weet ik vaak al wat voor vlees ik in de kuip heb. Mensen zullen mij echt niet vertellen dat ze een ijzeren pijp hebben gebruikt om het paard de trailer in te slaan, dus het is vaak beter dat ik zelfde situatie inschat."
"Ik werd eens gebeld door een bekende dressuurstal. Zij hadden een hengst die op lichte tour niveau werd uitgebracht. Maar wedstrijden waren een immens probleem, want ze kregen hem niet in de trailer. 'Nou', dacht ik bij mezelf, 'dat zal dan wel een pittig probleem zijn. Zulke ervaren mensen, in combinatie met een ervaren paard. Maak je borst maar nat...'
Ik sprak met de eigenaren af dat ik zou proberen om het paard bij hen te laden, en dat ik hem - als dat lukte - mee naar huis zou nemen om thuis te trainen.

Binnen tien minuten stond hij erin. Geen enkel probleem. Die eigenaren hadden dat paard dus zelf opgeleid tot lichte tour niveau, maar ze hadden van trailerproblemen heel weinig kennis. Dat bleek mede uit het feit dat de eigenaar zei: 'Ik geloof niet datje hem nog mee hoeft te nemen.' In die zin lag het hele probleem open en bloot. Hij dacht dat het al klaar was. Ik sprak met dat echtpaar af dat de man het paard niet mocht laden. Sterker nog: hij mocht er niet eens bij zijn als de hengst de trailer in ging. Hij was veel te ongeduldig, het type van 'geef hem maar een schop, dan loopt ie wel.' Ik leerde zijn echtgenote dat ze, voordat ze het paard de laadklep op stuurde, een longeerlijn aan de zijkant van de trailer moest vastmaken, en de lijn op de grond moest neerleggen. Verder niets. Die handeling leverde haar zoveel zekerheid op, dat ze het paard zomaar de trailer op kon krijgen. Die hengst gaat nu al een jaar probleemloos op concours, zo lang de eigenaren zich maar aan mijn truc houden." "Natuurlijk zijn er ook paarden waar écht wat mee is. Ik heb zelf ook een keer een verkeerd concept gebruikt bij een paard. Ik zag dat paard en zijn eigenaresse, bekeek hoe zij met haar paard omging en concludeerde dat het probleem in de opvoeding moest liggen. Bij de eigenaresse dus. Ik trok mijn conclusie te snel, en toen ging het mis. Het paard ging compleet uit zijn panty, viel achterover en was compleet zijn vertrouwen kwijt. Dat paard was méér dan bang, dit was niet een kwestie van 'even in de trailer zetten' maar van weken trainen om het vertrouwen te herstellen. Zoiets gebeurt je eens, maar nooit meer.

Emiel Voest heeft geen standaardsysteem dat op elk paard toepasbaar is. Hij behandelt een paard als een individu, en moet eerst weten met wat voor type hij te maken heeft voordat hij een 'behandelplan' kan opstellen. Hoe bepaalt hij dat?
Emiel: "In de eerste vijf minuten, als het paard van de trailer komt, weet ik meestal al wat voor vlees ik in de kuip heb. De eerste indruk is de basis van waaruit ik ga kijken. Ook het loswerken geeft veel informatie. Ik zie hoe het paard reageert op druk, en dat bevestigt negen van de tien keer het beeld van toen het paard uit de trailer kwam. Uiteindelijk blijkt dat ik me in tien procent van de gevallen vergis."

Barbypop
Emiel is een man van de praktijk. Hij koestert geen bijzonder warme gevoelens voor de wetenschap, maar voor sommige wetenschappers maakt hij een uitzondering. "Praktijk is échter dan onderzoek. Ik ben geen voorvechter van alles ophangen aan onderzoek, omdat er altijd uitzonderingen zijn die de regel bevestigen. Maar ik werk al een paar jaar samen met Machteld van Dierendonck en hoewel we regelmatig van mening verschillen, vind ik dat zij zaken heeft onderzocht die heel nodig aan de kaak gesteld moesten worden. Het feit dat we nu weten dat een paard endorfine aanmaakt als hij weeft of luchtzuigt, daarmee is het probleem niet opgelost, maar je weet nu wel waaróm hij dat doet. En mensen nemen nu eenmaal gemakkelijker iets aan als het is onderzocht en op een rijtje gezet. We dachten ooit dat weven besmettelijk was, maar uit onderzoek is gebleken dat stalgenoten ook gaan weven of luchtzuigen, omdat ze nu eenmaal onder dezelfde beroerde omstandigheden leven. Dat heeft de wetenschap
 
Jaqueline den Boer lest al enkele jaren bij Emiel.
Hier werkt ze haar paard los aan de lange lijnen.
De paarden van Emiel Voest lopen buiten. Bijna altijd.
aangetoond. Sommige eigenaren denken nog steeds dat je met een muilkorf of een weefrek het probleem verhelpt, maar je moet de oorzaak aanpakken, niet het gevolg. Dus zorg je ervoor dat dat paard zich niet meer doodverveelt. Als je de levensomstandigheden verbetert, zie je direct verbetering van het gedrag. Dat is ook onderzocht. Daar kän je wat mee."
"Een muilkorf mag je alleen gebruiken als het paard echt tegen zichzelf beschermd moet worden. Een paard dat niet buiten kan en koliek krijgt van het luchtzuigen... tja, dan moetje wät. Maar je doet zo'n dier wel wat aan hoor. Je ontneemt hem zijn zintuigen rond de mond. Om diezelfde reden heb ik problemen met het wegscheren van de tastharen op de neus en mond. Voor die zeven minuten in een modderig weiland, ontneem je het paard een deel van zijn zintuigen. Het wegscheren van de haren op de staartwortel is net zoiets. Ten eerste is het een rotgezicht, en ten tweede zit dat haar daar niet voor niets. De staartharen beschermen zijn anus tegen vliegen en water. Laat dat gewoon lekker zitten, en vlecht de staart in als je voor die man in die auto een proefje moet rijden. Oren uitscheren; ook zoiets. Er worden paarden afgemaakt vanwege oormijt, dat komt omdat er geen haar meer in die oren zit. Knijp gewoon het oor dicht en knip het haar weg dat eruit steekt. Dat kan toch ook?"
"Begrijp me niet verkeerd; ik vind het prima als een paard er verzorgd uitziet, graag zelfs! Paarden zijn huisdieren geworden, en het is geen probleem om ze te borstelen, te wassen
en die lange baard onder zijn kaken en vetlokken te scheren, maar maak er geen barbiepop van."

Het woord verspreiden
Er waren vergevorderde plannen om het trainingscentrum van Emiel Voestte verhuizen naar Purmerend. De locatie in Ruinen is verkocht en in Purmerend werd terrein aangekocht waar een groot nieuw complex zou verrijzen. "We zijn daar twee jaar mee bezig. De nieuwe locatie is bouwrijp gemaakt en we hebben er heel veel tijd en werk in gestoken. Zoals het er nu voorstaat, zouden we pas in 2008 kunnen starten met trainingen daar. Maar omdat de ambtelijke molens nog trager blijken te werken dan ik durfde te vrezen, werd zelfs dat heel onwaarschijnlijk. Er moesten nu bijvoorbeeld opeens pannen op, in plaats van golfplaten. Kortom: het bleek allemaal niet haalbaar, zou veel te lang gaan duren, dus we hebben de knoop doorgehakt: Purmerend gaat definitief niet door. En dat is heel jammer. Natuurlijk is het prachtig om een prestigieus trainingscentrum te hebben. We hadden plannen voor hele grote stallen; nieuwe welzijnsnormen. Er zou een dierenarts, tandarts en hoefsmid op het terrein werkzaam zijn. Het werd een beetje een prestigeproject. Maar goed; als je het zo groots aanpakt, moet de omzet ook enorm zijn, en dat brengt druk met zich mee. We willen het nu heel anders gaan doen, met een aantal steunpunten verspreid over het land, vanwaar we - om even in hallelujastijl te blijven - het woord willen verspreiden. Het centrum in Achtmaal draait al even en dat gaat supergoed. Hier in Ruinerwold blijft het een privé accommodatie waar ik op kleine schaal privélessen draai. De mensen die in Purmerend zouden gaan werken, die hadden hun baan al opgezegd en hun huis verkocht, gaan elk hun eigen afdeling draaien. We hebben dus straks een aantal trainingscentra verspreid over het land, en dat heeft ook zijn voordelen. Niet zo prestigieus, maar wel handig.

Ik kan mensen naar Ruinerwold laten komen om gericht aan bepaalde problemen te werken. Daar haal ik veel voldoening uit. Ik werk veel samen met holistisch dierenarts Eric Laarakkers. Die heeft een mooie kliniek in De Bilt, waar ik eens per maand consulten ga geven. Ik geef les in Deurne en bij enkele andere onderwijsinstellingen. Ik werk regelmatig in het buitenland en heb een aantal boeken geschreven. Ik merk dat ik dat interessanter vind dan alleen maar lesgeven. De mensen die nu trainingscentra gaan runnen zitten vol vuur en inspiratie. Die sluiten gewoon beter aan bij hun leerlingen. Ik heb tien jaar het trainingscentrum gehad en meer dan zeshonderd paarden per jaar behandeld. Ik heb het allemaal al een keer gezien en meegemaakt. Dat is aan de ene kant lastig, maar aan de andere kant een geweldige bron van kennis en ervaring. Daarmee wil ik de mensen die nu met mij werken inspireren. Zodat ze supergemotiveerd mensen kunnen helpen. Zelfs die mevrouw die haar paard de hele winter op stal houdt, en vervolgens denkt dat er een gedragsprobleem speelt als hij haar in het zand mikt."

Janine Verhoef
 
PaardenSport kwartaaleditie 03/2007