De slogan van dit kabinet  'Samen werken, samen leven'

Sinds enkele weken ben ik blijvend duurzaam arbeidsongeschikt verklaard. Een status waar ik in toenemende mate niet gelukkig mee ben immers her en der vertel ik erover en krijg vervolgens niet te plaatsen reacties uit het veld van mensen.

Welke positie en rol binnen (sociaal) leven is er voor een totaal arbeidsongeschikte, zoals ik, eigenlijk weggelegd ?

Nou, voor mij zijn op dit moment mijn positie en rol volstrekt onduidelijk.
Het frappante is dat geen enkel mens zowel verbaal als blijkend uit lichaamstaal op die vraag een antwoord heeft. Zou het motto 'Samen werken, samen leven'  hier iets mee te maken kunnen hebben ?

Degene, die mijn positie en rol binnen een sociale context wel weet te duiden wil ik graag ontmoeten en aanhoren. Vooropgesteld dat deze persoon mijn menselijke waardigheid als uitgangspunt hanteert.

Eigenlijk beleef ik heel intens dat mede - mensen niet weten hoe op volledige arbeidsongeschiktheid te reageren. En zeker bij mij kan iedereen zien dat ik nog wel wat zou moeten kunnen. Tot mijn 65e jaar hoor ik te werken, zoniet dan moet ik toch bijna dood zijn. Op zijn best, zo fantaseer ik verder over gedachten van anderen, heb ik waarschijnlijk niet zo lang meer te leven. En als ik het in dit aardse bestaan toch nog zo'n twintig of dertig jaar volhoud, ja, dan moet het welhaast zo zijn dat ik een parasiet en profiteur van gemeenschapsgelden ben.

Echter, ook al heb ik nu de status van volledige arbeidsongeschiktheid, ik moet elke dag opnieuw mijn dag weer maken zoals alledaagse dingen doen en mij onder mensen begeven en verstaan.

Een vriend met een goede baan laat spontaan weten dit besluit van het UWV fijn voor mij te vinden. Een andere vriend, gehandicapt en voortdurend in grote financiële problemen, zegt blij voor mij te zijn omdat ik nu eindelijk welverdiende rust zal krijgen.

Op het dorpspleintje houdt een man van dik in de vijftig mij staande en vraagt hoe het nu gaat. Ik reageer zoals gebruikelijk van goed en vertel over mijn honderd procent arbeidsongeschiktheid. Vriendelijk geeft hij als zijn mening dat mij dat financiële bestaanszekerheid geeft en naar zijn ervaring tevens rust. Hij wenst me het allerbeste.
Een jonge vrouw, waarvan ik weet dat ze vijftig procent arbeidsongeschikt is, loopt een stukje mee richting flat en geeft dezelfde reactie als de man op het pleintje.

Ik kom goedgemutst op de eerste speelavond van het biljarten het clubgebouw binnengelopen. Vakantie - en andere komkommer - belevenissen passeren de revue. Ook ik krijg aandacht en meld met vervroegd pensioen te zijn gegaan. Nou, dat vindt iedereen fijn maar als ik dit nader toelicht, volgen zwijgen en zelfs bedenkelijke trekjes op gezichten. Er is er zelfs eentje die te kennen geeft dat hij mijn volledige arbeidsongeschiktheid maar niks vindt terwijl een ander zegt dat de aan mij verstrekte volledige wao hem niet verbaast. Reacties en oppervlakkige geïnteresseerdheid van deze mannen met wie ik zoveel lol heb, raken mij hard.

Wanneer ik een naast familie - lid van mijn volledige arbeidsongeschiktheid op de hoogte stel krijg ik als uit een geweerloop de vraag voorgelegd of ik ooit wel eens gewerkt heb. Ja, wat moet ik daarop zeggen? Ik trek mij terug in mijzelf, heb geen zin om op zo'n botte stellingname te reageren.

Tijdens een wandeling ontmoet ik een bekende oudere vrouw en houd even halt. Ze vindt mij er zo goed uitzien. Daarop vertel ik haar mijzelf goed te verzorgen, zo niet dan word ik wel terechtgewezen door mijn lief.  Tussen de actuele uitwisselingen door informeer ik ook over mijn wao - status. Ze reageert geschrokken, vindt het heel erg voor mij en geeft voorzichtig te kennen dat ik misschien wel geschikt ben voor bepaald vrijwilligerswerk. Als het zover is moet ik het haar maar laten weten.

Rustig trainend op een roei - apparaat heeft een mooie oudere dame haar blik op mij gericht. Ze zegt dat ik er jong en goed uitzie. Ik dank haar voor de vriendelijke woorden en roei voort. Ze blijft naar me kijken en vraagt wat voor werk ik doe waarop ik antwoord niet te werken en volledig arbeidsongeschikt te zijn. Een gilletje en een hand voor de mond is haar reactie. Ze schudt haar hoofd, wil meer weten maar ik roei nu zo stevig door dat ze weet af te moeten taaien.

Tja, met het zoeken naar mijn positie en rol nu en straks zal ik nog wel even bezig zijn. Voorlopig volg ik mijn eigen route!

Herman Bergensteen
1 september 2007