Er eventjes tussenuit

Alles heeft hij ingepakt. Het is niet veel, alleen het hoogst noodzakelijke om een lang weekend door te brengen bij een vriend, die Johan kent uit een tijd waar hij niet over spreekt zelfs niet met Maaike, zijn vrouw.

'Spreken is zilver, zwijgen is goud!' heeft Johan jong geleerd. Nee, niet thuis, maar in het kindertehuis waar hij, door een vreemde speling van het lot, jaren in groepsverband heeft doorgebracht. De leefgroep, waarin hij een plekje krijgt, wordt de 'Spreeuwen' genoemd en telt elf kinderen in de leeftijd van zes tot twaalf jaar. Op zijn negende maakt Johan daar kennis met Frits, die is van dezelfde leeftijd en vindt hem aardig. Dat gaat bijna ongemerkt en dringt pas tot Johan door na onterechte straffen omdat hij niet zegt wie aan tafel een broodgevecht begonnen is, niet praat over een met boenwas ingewreven stukje vloer waar een etterige groepsleidster met een volle schaal macaroni over uitgegleden is en ook niet uit de mond klapt als het groepsverblijf onder water staat.

Maaike gunt en wenst Johan veel plezier. Ze vindt dat hij meer naar buiten moet. Dat Johan niet veel praat is nog tot daar aan toe maar dat hij zich in eigen huis opsluit, afzondert en alleen het toetsenbord beroert gaat haar te ver. Ze maakt zich echte zorgen over hem, is blij dat hij er eventjes tussenuit gaat hoewel ze de vriend waar hij nu naar toe gaat niet kent. Maar goed, ze weet zoveel niet en Maaike heeft dat in de loop der jaren geaccepteerd.

In de trein merkt Johan in een stilte-coupé beland te zijn. Een pinnig stemgeluid wijst vier gezellig kwekkende dames terecht. Met de nodige verontschuldigingen verplaatsen die zich naar elders. De ontstane rust is heel betrekkelijk maar afwezige muzikale en andersoortige signalen van mobieltjes en het vervolgens niet hoeven aanhoren van aankomsttijd, roddels, uitingen van bezorgdheid en andere privé-zaken kan Johan wel waarderen.

Een uurtje later komt een jonge vrouw de coupé ingelopen. Ze maakt op Johan een verzorgde indruk, kijkt om zich heen, groet vriendelijk en neemt naast hem plaats. Dát verbaast, immers alle overige plaatsen zijn onbezet. Maar oh, nu ze zo naast hem zit, treft Johan een aangename geur. Duizeling neemt bezit van hem. In deze welriekendheid ervaart Johan het leven als verrukkelijk. Hij sluit de ogen en wentelt in genot. Zijn lichaam trilt, komt totaal tot leven en biedt geen weerstand aan een vreemde hand, die zijn bovenbeen beroert en langzaam richting penis schuift. Onderwijl hoort Johan fluisteren "We houden het wel stil, hè?". Geen overbodige vraag want gelijk zijn pik wil rijzen houden vingers die stevig in bedwang. Voor het gemak glijdt Johan een beetje onderuit. Met het hoofd opzij ontwaart hij nu met steelse ogen een fiere roze tepel gelegen in een prachtig hofje. Dan schalt een bericht door de trein. Johan en de jonge vrouw happen naar adem. Midden in het liefdesspel zijn beiden nu gebroken!  De jonge vrouw is snel zichzelf, kijkt nog even naar Johan, geeft hem een kus, staat op en vertrekt.

Piepend komt de trein tot stilstand. Johan is op de plaats van bestemming. Bij het uitstappen ziet hij Frits. "Dit worden leuke dagen!", gaat het door zijn hoofd.

Herman Bergensteen
3 juli 2007